Het bouw- of koetshuis is samen met de langhuisboerderij het Kerkepad aan Ekris en het inrijhek aan Ekris het enige restant van de voormalige ridderhofstad Groenewoude.

Kasteel Groenewoude
Het bouw- of koetshuis stond op de binnenplaats van het voormalige kasteel. Dat kasteel zelf lag in het verlengde van het bouw- of koetshuis. Dat is het terrein dat nu als parkeerplaats dient. Kasteel Groenewoude is eind 1300 in opdracht van Willem van Groenewoude gebouwd als een versterkt huis. In 1459 kwam het door vererving in handen van Taets van Amerongen. Deze familie zou ruim 200 jaar eigenaar van het kasteel blijven. In 1537 werd het als ridderhofstad erkend. Diverse verbouwingen vonden plaats. In 1682 kwam het huis in handen van de burgemeester van Utrecht, Bartholomeus de Gruyter. Zijn weduwe liet het kasteel in 1696 opnieuw verbouwen en dat leverde een resultaat op dat op verschillende tekeningen uit het begin van de 18e eeuw is te zien. De voorburcht werd toen ook opnieuw aangelegd, waarbij ook het huidige bouwhuis verrees. Het kasteel werd in 1837 verkocht aan Hendrik Daniel Hooft. Hij liet het in het midden van de 19e eeuw afbreken.
Het bouw- of koetshuis
De voorganger van het huidige pand wordt al genoemd in een acte van 1600. In 1696 werd het huidige gebouw in opdracht van Maria de Gruyter gebouwd. Het pand werd ook gebruikt als koetshuis en een gedeelte diende als woning. De voorgevel is gericht op het vroegere poortplein. Boven de – bij een latere verbouwing dichtgemetseld – poort is een sluitsteen opgenomen met het latere wapen van de gemeente Woudenberg: een schild met daarop drie hanen. In deze zelfde gevel bevindt zich een grote wapensteen. In de gevel aan de kante van Ekris is ook een gevelsteen opgenomen; hierop staat het jaartal van 1615, dus van voor de bouw van het huidige pand. Deze steen is wellicht afkomstig van de in 1686 verdwenen poort die aan de zuidzijde stond. Het wapen is een zogenaamd alliantiewapen. Dat wil zeggen een wapen waarin de afzonderlijke wapens van een echtpaar terug te vinden zijn. In de 20e eeuw werd het pand gebruikt als de werkruimte van aannemer Hendrikse. Na een restauratie van het pand is het sinds het eind van de 20e eeuw in gebruik als accountantskantoor. Het pand is een rijksmonument.

Maquette van het kasteel Groenewoude
Gemeentewapen van Woudenberg
In 1537 wordt kasteel Groenewoude erkend als ridderhofstad. In het wapenboek van Gelre van 1402 is het wapen van Groenewoude opgenomen. Dat laat drie hanen op een veld zien. De haan stond symbool voor strijdlust en verstand, waakzaamheid en alertheid en licht en richting. In 1696 werd het koetshuis gebouwd. Boven de ingang werd het wapen aangebracht. Toen Woudenberg in 1812 een zelfstandige gemeente werd, werd ook gezocht naar een wapen. In die periode was in Woudenberg maar één wapen actief in gebruik; dat van Groenewoude. Het gemeentebestuur besloot dit wapen aan te dragen als gemeentewapen. Dat was ook een goedkope oplossing; om een bestaand wapen te voeren moest eenmalig 6 gulden worden betaald. Wilde men een nieuw wapen voeren, dan moest er 12 gulden worden neergelegd. De gemeente beschikte in die tijd niet over veel geld, omdat net de dure periode van de Franse bezetting achter de rug was. Iedere bespaarde gulden was welkom. Het oorspronkelijke wapen van Groenewoude is niet gedekt met een kroon. In 1953 kreeg de gemeente Woudenberg bij Koninklijk Besluit hiervoor toestemming. Officieel heet het nu: gedekt door een gouden kroon van drie bladeren en twee paarlen.

Gemeentewapen in de zijmuur van het koetshuis
