
De ‘held’ en eersteklas piloot uit het bescheiden Waiharara in Kaitaia
Mate Alexander Milich kwam uit Nieuw-Zeeland. Hij ging in dienst toen de oorlog uitbrak. Mate overleed op 23-jarige leeftijd toen zijn vliegtuig werd geraakt door Duits luchtdoelafweergeschut en neerstortte. Mate behaalde in 1943 zijn vliegbrevet. Hij werd gezien als één van de beste piloten in zijn squadron en ook als één van de sterkste mannen. In de ochtend van 8 december 1944 voerde zijn squadron een succesvolle aanval uit op een Duits Hoofdkwartier in Hoevelaken. Op de terugweg naar zijn thuisbasis in Noord-Brabant werd zijn vliegtuig geraakt door de Duitsers. Het stortte neer vlakbij boerderij Bruinenburg aan de Ekris te Woudenberg. Mate overleefde de crash niet. Na de oorlog kreeg Mate postuum een hoge Engelse onderscheiding: het Distinguished Flying Cross.
Mate Alexander Milich, geboren 10 april 1921, overleden 8 december 1944
Zoon van Kleme Milich en Nesta Milich (geboren Hita), uit Waiharara, Auckland, Nieuw-Zeeland.
Zomer 1940. De man uit het Verre Noorden van Nieuw-Zeeland, Mate Alexander Milich, lag op zijn rug in een veld en keek hoe een vliegtuig van de luchtmacht oefenvluchten boven hem maakte.
‘Ik zal er ooit een besturen’, zei de vrolijke Waiharara-inwoner, beter bekend als Alex, tegen zijn metgezel.
Echter de ambities van Milich kwamen in maart 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog, pas werkelijk tot bloei. Drie weken lang moest hij zijn vader, Kleme, lastigvallen om de papieren te ondertekenen waardoor hij bij de Royal New Zealand Air Force kon komen. Uiteindelijk stemde Kleme ermee in.
Milich diende negen maanden bij de Home Guard, de defensiemacht die het land zou moeten binnenvallen, voordat hij in 1942 werd ingehuurd voor de opleiding van vliegtuigbemanningen.
Mate Alexander Milich krijgt zijn ‘wings’ op 9 juli 1943 in Uplands, Canada. Twee jaar later werd een volledig getrainde Milich geplaatst bij het No 198 Squadron van de Royal Air Force in Groot-Brittannië. Als piloot van een Typhoon-raketjager nam hij deel aan 101 operationele vluchten, waaronder 73 aanvallen op laag niveau op vijandelijke doelen en 28 gewapende verkenningsvluchten.
“Hij werd beschouwd als een van de beste piloten in het squadron van met geleide raketten uitgevoerde Typhoons”, zei achterneef Jason Milich. Hoewel zijn roepnaam Alex was stond hij in zijn squadron bekend als Tim. “Hij werd beschouwd als een eersteklas piloot. Hij was fysiek een van de sterkste mannen… en een van de meest populaire.”
Eén van Tims bijzondere gevechtshandelingen: “Terwijl hij zich terugtrok uit een duikvlucht nadat hij in de Franse gemeente Vimoutiers een Duitse transportwagen in brand had gestoken, zag Tim een benzinepomp, gecamoufleerd als hooiberg. Hij kwam terug en blies de pomp op met zijn kanongranaten”, zei Jason.
Tim werd geprezen omdat hij een “verdienstelijke rol” speelde in de slag om Falaise Gap, en omdat hij het leger bij Le Havre, Bologna en Calais nauw ondersteunde bij de bevrijding van de haven van Antwerpen.
“Bij verschillende gelegenheden liep het vliegtuig van Flying Officer Milich schade op door luchtafweergeschut, maar desondanks heeft hij zijn aanvallen altijd met kracht en vastberadenheid doorgezet.”
Jason zei dat de oorlogsgegevens van zijn oudoom jaren later werden vrijgegeven, waarin de volledige omvang van zijn moed werd beschreven. ‘Alex was een held, een eersteklas piloot en een buitengewoon moedige man die het ultieme gaf: zijn leven om de oorlog te helpen winnen. voor de geallieerden.”
In door de familie bewaarde krantenknipsels werd gemeld dat Tim had gevochten in de Slag om Normandië in juni 1944. De wreedheid en weerstand van de Duitsers kostten verscheidene piloten het leven terwijl anderen die op een of andere manier hun crash overleefden gedwongen werden om weer naar Engeland te ontsnappen of het verdere verloop van de oorlog in krijgsgevangenkamp af te wachten of alsnog te sterven.
Maar Tims lot kwam zes maanden later.
Op de ochtend van 8 december vertrok Mate Alexander Milich vanuit vliegbasis Gilze Rijen in Nederland om een aanval uit te voeren op een Duits hoofdkwartier in het kasteel Hoevelaken. Gilze Rijen was toen al van Duitsers bevrijd en door de geallieerden overgenomen. Onmiddellijk nadat raketten en kanonnen met succes op het hoofdkwartier waren afgevuurd, liet Milich via de radio weten dat hij motorproblemen had. Het zal nooit meer bekend worden of dat technische problemen waren of dat hij toch ergens door de Flak (Flugabweherkanone) was aangeschoten.
Hij keerde nooit meer terug naar de basis omdat zijn vliegtuig enkele minuten na de aanval zou neerstorten.
Aldus op 8 december 1944 crashte in de vroege ochtend de Maori Flt/Lt. Mate Alexander Milich met zijn Typhoon vlak voor een oude meander van de Oude Luntersebeek ter hoogte van het voormalige baanwachtershuis nr. 42 bij de spoorbrug in de Spoorlijn Amersfoort-Kesteren onder Woudenberg.
De enige twee getuigen van deze gebeurtenis waren de 15-jarige Joop Vossensteijn uit Amersfoort en zijn 13-jarige vriendje Wim Schonagen, die ter plaatse waren om van de aardappeloogst overgebleven aardappelen te rooien die voor de hongerwinter van pas zouden komen. Joop hoorde een geluid; keek westwaarts en zag een koppel kraaien aankomen. Eén van deze kraaien groeide uit tot een vliegtuig die een noodlanding trachtte te maken. Beide jongens volgden plat op de grond liggend van schrik en met opperste verbazing de loop van de gebeurtenissen.
Na zijn laatste munitie te hebben gelost stuiterde het toestel op zijn staart, sloeg over de kop en kwam ondersteboven met beide vleugeltippen ieder op beide taluds van de meander terecht. Tim was uit het toestel geslingerd en lag op korte afstand op het talud. De Typhoon vatte onmiddellijk vlak waarbij de gelekte brandstof ervoor zorgde dat ook het ontzielde lichaam van Tim vlamvatte, terwijl nog overgebleven munitie naar alle kanten explodeerde. Dit was het einde van het leven van Maori Flt/lt. Mate Alexander Milich NZ/49666, geboren op 10 april 1921, vlieger van Typhoon lbJR248 TP-P, R.N.Z.A.F. 198 Squadron R.A.F.
Aanwezige Duitsers, die aan de overkant van de beek met loopgraven bezig waren, verschenen ter plekke en joegen de jongens weg. De volgende dag echter kwamen zij terug want de aardappelen oefenden te veel aantrekkingskracht uit. Die dag waren er geen Duitsers te zien en de jongens vonden een uitgebrand wrak en een zwaar verbrande piloot die nog steeds bij zijn toestel lag. Zijn vliegerskleding was nagenoeg verbrand en van zijn laarzen lagen alleen nog de ritssluitingen op zijn verkoolde scheenbenen te glinsteren in de ochtendzon.
Nog dagenlang bezochten Joop en zijn vriendje voor het aardappelrooien in de vroege ijzige ochtendstond hun ‘held’ die met zijn vliegerscap met koptelefoon nog op zijn hoofd verscholen lag onder de rijp van de nacht. De Duitse commandant had namelijk bevolen het lichaam een week te laten liggen alvorens dit door de plaatselijke begrafenisondernemer vrij te geven om te laten weghalen.
Omdat het identiteitsplaatje zoek was werd Tim als onbekende soldaat ter aarde besteld op de Algemene begraafplaats te Woudenberg. Na maanden werd het plaatje teruggevonden door een oplettende wandelaar. Na inschakeling van het Rode Kruis werd snel de link gelegd tussen naam van het slachtoffer en het gecrashte toestel. In juli 1945 werd Mate Alexandere Milich op hetzelfde kerkhof herbegraven onder nummer 333. Op 4 mei vindt hier elk jaar een herdenking plaats waarbij het graf met witte anjers overstelpt wordt.
In 1945 ontving Milich postuum het Distinguished Flying Cross voor zijn inspanningen bij het vernietigen van vele vijandelijke tanks, motortransportvoertuigen, treinwagons en kanonposities. Een citaat luidde: “Hij heeft zijn sectie vele malen met aanzienlijk succes geleid, vaak tegen zware verdedigingswerken.
