Leonard Arthur Unwin werd op 2 januari 1917 in Sheffield (Engeland) geboren. Hij verhuisde in 1918 met zijn ouders naar Canada. In juni 1940 melde hij zich als vrijwilliger bij de Canadese luchtmacht. In 1941 haalde hij daar zijn vliegbrevet. Hij trouwde op 19 mei 1941.Hij werd ingedeeld bij Squadron 263. Dit squadron vloog vanaf december 1943 met Typhoon IB toestellen.

Het squadron werd onder andere ingezet bij de invasie in Frankrijk. Vervolgens werd het gestationeerd op vliegvelden in Frankrijk en later ook in Nederland. Het squadron werd ingezet voor de aanval op gronddoelen. Op 24 december 1944 werd een aanval met meerdere vliegtuigen uitgevoerd in de provincie Utrecht. Op de terugweg zagen de piloten een Duits konvooi van drie vrachtwagens op de Stationsweg in Woudenberg. In de duikvlucht die Unwin vervolgens met zijn vliegtuig uitvoerde is de staart van zijn vliegtuig afgebroken. Dat kan zijn veroorzaakt door Duits afweergeschut, maar mogelijk ook door geschut van een achter hem vliegend toestel. Daardoor ontplofte het vliegtuig in de lucht, want brokstukken werden over een grote afstand verspreid teruggevonden. Zijn lichaam werd gevonden nabij de kruising Stationsweg/Zegheweg. De Duitsers lieten zijn lichaam enkele dagen liggen als afschrikwekkend voorbeeld. Uiteindelijk werd hij op 27 december 1944 begraven op de Algemene Begraafplaats in Woudenberg. Nog steeds is daar zijn graf te vinden en trekken op 4 mei velen langs zijn graf.

Mevrouw Holsheimer – Westerman Holstein schrijft naar aanleiding van deze gebeurtenis een gedicht. Een gedicht dat niet helemaal overeenstemt met het jaargetijde en waarin er ook een langere tijd zit tussen datum van neerstorten en weghalen van het stoffelijk overschot. Het geeft wel een goed impressie van de indruk die de crash gemaakt heeft.

In het gras bij Cornelis Verkerk
Lag een jonge Engelsman.
Hij lag daar in het jonge gras
Dat vol met lentebloemen was.
De mensen stonden in een kring.
Op zijn manchet was de naam UNWIN.
Hij scheen nog wel heel jong te zijn.
Zijn hand was smal en leek zoo klein
Zijn haar was blond, een beetje goud.
Heeft hij een moeder, die van hem houdt?
De stukken van de fighter liggen her en der.
De vleugels en de motor zelfs heel ver.
De SS’er loopt met stijve stappen.
En kijkt of niets hem zal ontsnappen.
Zoo heeft hij zes dagen gelegen.
Zijn ziel is reeds omhoog gestegen,
Schoon aardse vleugels hem ontbreken.
Een regenboog stond als een teeken
En overspande het heelal
Waar niets hem meer deren zal.

Bronnen:            a. Renswoude, Woudenberg, Scherpenzeel in de Tweede Wereldoorlog, H.M. Woudenberg, mei
b. Oorlogs- en bevrijdingsmonumenten in Woudenberg, Wim Schipper 2015